Fluisterdwaas 1 (maandag 1 september 2014)

Toen ik deze website enkele weken geleden updatete, speelde ik al enige tijd met de mogelijkheid, ook een op regelmatige basis te verschijnen korte tekst in te voegen. Eerder had ik op een oude versie van mijn website blogberichten geschreven, maar ik gaf de moed snel op. Ook had ik enkele mensen uit de geschreven media aangesproken of aangeschreven met de vraag of men geen interesse had in een column, maar deze pogingen bleven halfslachtig omdat ik in feite vind dat er al te veel columns zijn. Te vaak moet ik bij columns denken aan een heerlijk sarcastische (en enigszins seksistische) vergadering met redacteuren in Amsterdam van Ian McEwan (vertaling: Rien Verhoef):

‘Het wordt tijd dat we meer columns gaan plaatsen. Die zijn goedkoop, en iedereen doet het. Jullie weten wel, we nemen iemand met een laag tot gemiddeld iq, mogelijk een vrouw, en laten die schrijven over, nou ja, maakt niet uit. Je kent dat wel. Gaat naar een receptie en kan niet op iemands naam komen. Twaalfhonderd woorden.’ ‘Een soort navelstaren,’ opperde Jeremy Ball. ‘Niet helemaal. Staren is te intellectueel. Eerder navel-kletsen.’ ‘Weet niet hoe haar videorecorder werkt. Heb ik een te grote kont?’ vulde Lettice behulpzaam aan. ‘Mooi zo. Nog even doorgaan.’ De hoofdredacteur bewoog wriemelend zijn vingers in de lucht om de ideeën uit hen te trekken. ‘Eh, een marmotje kopen.’ ‘Zijn kater.’ ‘Haar eerste grijze schaamhaar.’ ‘Krijgt bij de supermarkt altijd het karretje met het haperende wieltje.’ ‘Uitstekend. Bevalt me. Harvey? Grant?’ ‘Mm, altijd je pen kwijt zijn. Waar blijven die toch?’ ‘Eh, kan niet met zijn tong uit het kleine gaatje in zijn kies blijven.’ ‘Fantastisch,’ zei Frank. ‘Iedereen bedankt. Morgen gaan we hiermee verder.’  

Geen column dus. Uiteindelijk nam ik zonder verder nadenken, misschien na enkele glazen wijn, een personage (of eerder een woord) uit mijn eerste dichtbundel, en creëerde een categorie die ‘Fluisterdwaas’ heette, en schreef in de inleiding dat ik iedere eerste en derde maandag een tekstje zou publiceren. Vandaag, 1 september 2014, is het zover. De hele dag heb ik deze pilotaflevering uitgesteld. Nu de zon onder is, kan ik niet langer dralen. Ik zal mij in deze proeftekst afvragen wat het woord ‘fluisterdwaas’ kan betekenen, en waar ik met deze serie korte teksten heen wil, in het besef dat ik een ongeduldige man ben die niet van routine houdt tenzij wanneer hij een roman schrijft, die er niet eens in slaagt een kort verhaal tot een goed einde te brengen als er niet voor betaald wordt. De kans is dus zeker reëel dat dit experiment mislukt en dat deze categorie over twee of drie maanden zomaar van mijn website verdwijnt. Maar misschien kunnen deze teksten een work in progress worden, een forum voor persoonlijke reflectie. Of iemand ze leest, laat me voorlopig koud. Het valt in ieder geval te proberen. Wat is een fluisterdwaas? Ik koos het woord omdat het een relativerende toon bevat. Een fluisterdwaas is iemand die ook maar wat zegt, niet hardop, geen schreeuwer met een megafoon, maar iemand die voorzichtig, aarzelend probeert om enkele amper hoorbare zaken kenbaar te maken. Iemand die met verwondering en enig onbegrip naar de wereld rondom kijkt, en hierover zinnen fluistert. Een op voorhand al tot falen gedoemde poging, de betekenis en de zin van het waargenomene te vatten. Een sympathieke mislukkeling. Iemand die verward is, maar toch probeert om in dagenlange, misschien wel parlando- of mantra-achtige zinnen te spreken. Achteraf twijfelde ik of dit de enige mogelijke betekenis is. Misschien is een fluisterdwaas een veel minder sympathiek personage. Misschien is hij een achterbakse, gecrispeerde dwaas die zijn mening nooit hardop durft te geven, iemand die in groep zwijgt, maar achteraf fluisterend zijn bitterheid en frustratie moet ventileren. Ik weet het niet. Vandaag, de eerste september, begint niet slechts een nieuw schooljaar. Officieel verschijnt een roman van mijn hand (in feite ligt de roman al een weekje in de winkel en is er zelfs al een tweede druk, dus dit klopt niet helemaal). Het is mijn zesde prozawerk in tien jaar tijd. Daarnaast schreef ik twee dichtbundels, en werkte ik gisteren de eerste (nog zeer primitieve) versie af van een lijvige derde bundel, getiteld 99. I've got a lust for life, zeker, maar ik ben ook een beetje moe. Kortom, het is hoog tijd dat ik op een speelse, persoonlijke, lichtvoetige manier nadenk over literatuur en al wat er van dicht of van ver mee te maken heeft.  

NieuwsFluisterdwaas

Andere (gerelateerde) nieuwsberichten

Fluisterdwaas 2 (15 september 2014)

Nogal vaak wordt door literaire critici beweerd dat mijn werk ‘geëngageerd’ of ‘maatschappelijk relevant’ is of wil zijn. Soms is het als compliment bedoeld, een andere keer als verwijt. Bijvoorbeeld schreef Bert Van Raemdonck onlangs in De standaard lovend dat ik met Onschuld ...Meer lezen

Fluisterdwaas 3 (6 oktober 2014)

Vorige vrijdag, 3 oktober, overleed Ward Ruyslinck. Twee jaar geleden schreef ik een tekst over zijn werk, die nooit gepubliceerd is. De tekst moest als column dienen voor De leeswolf, en paste in een reeks rond miskende schrijvers. Ward Ruyslinck miskend? Is hij niet de man die...Meer lezen

fluisterdwaas 4 (20 oktober 2014)

In ‘fluisterdwaas 2’ van maandag 15 september schreef ik over literatuur en engagement. Als het begrip ‘engagement’ in literatuur nog enige betekenis heeft, moet het, besloot ik, meer voorstellen dan een oppervlakkige journalistieke notie. Misschien is het begrip ‘maatschappelijk relevant’,...Meer lezen