Fluisterdwaas 2 (15 september 2014)

Nogal vaak wordt door literaire critici beweerd dat mijn werk ‘geëngageerd’ of ‘maatschappelijk relevant’ is of wil zijn. Soms is het als compliment bedoeld, een andere keer als verwijt. Bijvoorbeeld schreef Bert Van Raemdonck onlangs in De standaard lovend dat ik met Onschuld mijn profiel van geëngageerd schrijver bevestig. Diezelfde dag verscheen op de blog van Mark Cloostermans een giftige tekst waarin hij mij verweet dat ik mijn ‘en-ga-ge-ment’ alleen maar gebruik om een gebrek aan talent te maskeren. Door de berichten over onthoofdingen van gegijzelde westerlingen – gisteren heeft Islamic State na Steven Sotloff en James Foley ook de Britse hulpverlener David Haines vermoord – zit Onschuld ineens griezelig dicht op de actualiteit. Toch geloof ik zelf graag dat het boek in wezen over heel andere zaken dan Syrië gaat. Eerlijk gezegd heb ik zelf de neiging, te steigeren bij die classificatie van geëngageerd auteur of van schrijver van maatschappelijk relevante boeken. Natuurlijk ben ook ik daarin niet helemaal genuanceerd. Ik wil misschien gewoon helemaal niet dat men mij in een vakje stopt. Meestal nu eenmaal staat het er zomaar plompverloren, zonder verdere uitleg, als een evidentie: geëngageerd, maatschappelijk relevant, betrokken. Maar de vraag blijft. Wat is dat eigenlijk: engagement in literatuur of in kunst? Is het kunst die een concreet doel buiten de kunst voor ogen heeft? Men schrijft om een situatie aan de kaak te stellen, om een probleem op te lossen, om een ideologie te bewijzen. Men maakt kunst om wezen te helpen of om de klimaatopwarming tegen te gaan. Over Het einde uit 2006 beweerde een recensent ooit: ‘Verbeter de wereld, schrijf een boek.’ Het was als compliment bedoeld, maar ik heb het nooit zo opgevat. Wie een concreet doel buiten de kunst wil bereiken, kan lid worden van Greenpeace, een politieke partij oprichten of terroristische aanslagen plannen. Je moet wel heel naïef zijn om vandaag de dag te geloven dat je met een roman de bommen zult doen stoppen of dat je de teloorgang van de biodiversiteit kunt tegenhouden door een installatie rond dat thema te maken. Kunst ten dienste van een of ander concreet ideaal is niet alleen vanwege de zeer geringe effectiviteit tot falen gedoemd. Waarschijnlijk nog belangrijker is dat deze nutskunst in strijd is met de zelfstandige status die alle goede kunst sinds de romantiek bezit. Wanneer de kunsttaal wordt ingeschakeld in een of ander (maatschappelijk) programma buiten de kunst, verliest ze haar complexiteit, haar eigenheid, en zo haar kunstzinnige waarde. Propagandakunst is in negentig procent van de gevallen waardeloos. Eigenlijk ga ik ervan uit dat geen ernstige criticus of kunstenaar deze ongenuanceerde visie nog zou durven verdedigen. Als het begrip ‘engagement’ een betekenis heeft, moeten we die elders zoeken. Enkele jaren terug (in 2009) publiceerde Thomas Vaessens het opgemerkte essay De revanche van de roman. Literatuur, autoriteit en engagement, waarin hij betoogde dat het engagement in de Nederlandse literatuur terug is van weggeweest. Er is met het boek van Vaessens heel wat mis, maar het loont toch de moeite zijn visie nader te bekijken. Volgens Vaessens kwam in het kielzog van de anti-autoritaire jaren zestig een tendens op die hij ‘relativistisch postmodernisme’ noemt. Literatuur rukte zich zowel inhoudelijk als in de manier waarop over literatuur werd gedacht los van het oude, als verstikkend ervaren beschavende en vormende cultuurideaal. In de plaats hiervan kwam een relativerende houding, ironisch en afstandelijk, die in combinatie met de opkomende massacultuur en de toenemende commercialisering in het nieuwe millennium tot een crisissituatie leidde. Als alles mogelijk is, wordt alles op den duur even banaal. Het is in die context dat Vaessens de laatste jaren de opkomst van een nieuwe sérieux waarneemt. De laatpostmoderne crisis leidt tot een nieuw type geëngageerde literaire intellectueel, ‘de publiekszoeker die probeert weer een brug te slaan tussen de literatuur en haar achterban.’ Deze schrijvers zijn op zoek naar urgentie, ze ‘willen dat literatuur er weer toe doet en dat zijzelf weer een rol gaan spelen in het publieke debat.’ De denkbeelden van auteurs over hun eigen positie en functie in de buitenwereld, zo Vaessens, zijn aan het veranderen. Zij zetten zich af tegen het dogma van de autonomie van de literaire tekst of het idee dat literatuur zich slecht verhoudt tot de vluchtigheid van de actualiteit. Er is echter een probleem. Zoals Marc Reugebrink in zijn bespreking van De revanche van de roman aantoonde (in Het geluk van de kunst), lijkt Thomas Vaessens bij momenten een enkele kwestie te vergeten: de literatuur. Wat een auteur in opiniestukken en columns schrijft, kan interessant en waardevol zijn, maar is niet noodzakelijk van literaire waarde. Marc Reugebrink: ‘Vaessens zegt het niet met zoveel woorden, maar marginaal is men volgens zijn eigen redenering eigenlijk vooral wanneer men, ondanks het evidente engagement, te veel binnen ‘de literatuur’ blijft’. Is de publiekszoeker van Vaessens een auteur of een publiek intellectueel? Uiteraard kan iemand allebei zijn, maar de twee hebben niet noodzakelijk iets met elkaar te maken. ‘Auteurs als Zwagerman, maar ook Grunberg, danken hun ‘geëngageerdheid’ toch vooral aan wat ze buiten hun boeken om doen. De geëngageerde Zwagerman is voornamelijk columnist, in kranten en op tv; zijn romanwerk heeft aan dat beeld niet bijster veel bijgedragen. Ook Grunberg dankt zijn imago van geëngageerde auteur aan zijn extraliteraire activiteiten en veel minder aan zijn romans.’ Uiteindelijk herleidt Vaessens het engagement van de schrijver tot een erg oppervlakkige, journalistieke notie. Verder dan de vaststelling dat schrijvers meer dan vroeger geïnteresseerd zijn in de hen omringende actualiteit komt hij niet. Voor een literatuurwetenschapper vind ik een dergelijke oppervlakkigheid wel een beetje kwalijk. Vorige week verscheen in De groene Amsterdammer een stuk van Joost De Vries over Onschuld, dat begint met de opmerking: ‘Het moeilijke aan maatschappelijk engagement in literatuur zoeken, is dat literatuur een traag medium is, dat wil zeggen: je doet er een paar jaar over om een roman te schrijven, de actualiteit waarin je begon kan antieke geschiedenis zijn tegen de tijd dat je klaar bent.’ In dit citaat lijkt De Vries min of meer dezelfde fout te maken. Er zijn voor hemtwee mogelijkheden: je kunt wel of niet maatschappelijk geëngageerd schrijven, dat wil zeggen, op de huid van de actualiteit. Wie het wel doet, besluit De Vries, neemt een risico. Maar wat als engagement niets met actualiteit of journalistiek te maken heeft? In haar recente boekje over schrijven, Briefroman, steekt Juli Zeh, een auteur van wie vaak wordt gezegd dat ze politieke of geëngageerde literatuur schrijft, de draak met de recente neiging, alles en nog wat als ‘relevant’ te beschouwen. ‘De laatste jaren wordt elke tekst die niet alleen maar over de feestgewoontes van de bewoners van een Berlijns studentenhuis of de erotische behoeften van tweeëntachtigjarige mannen gaat als ‘maatschappelijk relevant’ beschouwd. Elk verhaal dat de persoonlijke sores van de hoofdpersoon in een iets groter kader plaatste, wordt meteen als politieke literatuur bestempeld.’ En na deze laconieke afrekening komt ze met een merkwaardige zin: ‘Het begrip ‘maatschappelijk relevant’ is in dit verband een tautologie pur sang, want literatuur is altijd maatschappelijk relevant, geheel los van haar inhoud.’ Dat niemand daaraan gedacht had. In die ene zin zet Zeh een stap waartoe Vaessens en met hem het merendeel van de literaire critici blijkbaar niet in staat zijn. En hier ook, denk ik, vind ik een verklaring voor het feit dat ikzelf geneigd ben, zo allergisch te reageren telkens wanneer men mij een ‘geëngageerd’ auteur noemt. Haast altijd namelijk is aan dit profiel de connotatie verbonden dat ik een auteur ben die het literaire aspect van literatuur verwaarloost voor iets anders. Het engagement van literatuur schuilt niet in bepaalde hippe of actuele onderwerpen (in mijn geval: de Syrische burgeroorlog), noch in de kracht en toewijding waarmee een auteur zijn stem in allerhande maatschappelijke kwesties laat horen (in het werk zelf, in interviews, in columns, opiniestukken of televisieoptredens). Misschien is het wel de literatuur zelf die ‘relevant’. Literatuur relevant? Gewoon zomaar omdat ze literatuur is? Hierover moet ik nog wat langer nadenken. Wordt dus vervolgd.       .

NieuwsFluisterdwaas

Andere (gerelateerde) nieuwsberichten

Fluisterdwaas 1 (maandag 1 september 2014)

Toen ik deze website enkele weken geleden updatete, speelde ik al enige tijd met de mogelijkheid, ook een op regelmatige basis te verschijnen korte tekst in te voegen. Eerder had ik op een oude versie van mijn website blogberichten geschreven, maar ik gaf de moed snel op. Ook had ik enkele...Meer lezen

Fluisterdwaas 3 (6 oktober 2014)

Vorige vrijdag, 3 oktober, overleed Ward Ruyslinck. Twee jaar geleden schreef ik een tekst over zijn werk, die nooit gepubliceerd is. De tekst moest als column dienen voor De leeswolf, en paste in een reeks rond miskende schrijvers. Ward Ruyslinck miskend? Is hij niet de man die...Meer lezen

fluisterdwaas 4 (20 oktober 2014)

In ‘fluisterdwaas 2’ van maandag 15 september schreef ik over literatuur en engagement. Als het begrip ‘engagement’ in literatuur nog enige betekenis heeft, moet het, besloot ik, meer voorstellen dan een oppervlakkige journalistieke notie. Misschien is het begrip ‘maatschappelijk relevant’,...Meer lezen