Uit 'De omwegen'

Herinneringen (2006)   Hoe kon het ooit gebeuren dat in een ogenschijnlijk normaal gezin uit de betere middenklasse twee zonen zomaar met de noorderzon verdwenen? Anita Beck, ooit moeder van een drieling, bladert op een vroege herfstdag door de fotoalbums. Jaren geleden is haar ene Jo vertrokken en ze heeft nooit meer iets van hem vernomen, haar andere Jo is een week terug verdronken, of is in ieder geval vermist. Er is nog een derde Jo, hij woont in de Verenigde Staten als steenrijke ondernemer in een immense villa, en belt zelden. Anita is een (niet officieel) gescheiden, al jaren depressieve vrouw. Door de jaren heen is het voor vrienden en kennissen een gewoonte geworden om ieder die haar op een feestje of receptie aan ziet komen en vergeet hoofdschuddend een veelbetekenende blik op de gesprekspartner te werpen, zelf met argwaan te bekijken. De neerbuigende tederheid van haar ex-echtgenoot Guy Goetgeluck, politicus, ooit zeer korte tijd minister en tegenwoordig Europarlementariër en lid van diverse bestuursraden, een tederheid die anderen voor hun huisdier zouden reserveren, sprak jarenlang boekdelen. Men fluisterde over haar als over een zieke, soms als over een ziekté. Ten slotte heeft Guy haar verlaten, een maand of acht terug, voor een zekere Anneke, een jaar jonger dan de Jo’s. Er hangt een luimige rest zomerwarmte. Anita wandelt naar de notenboom die ze bij de geboorte van haar zonen heeft geplant, hurkt tegen de stam en begint in het fotoalbum helemaal voorin, bij de foto die haar eerste herinnering vormt. Het is 1953. Ze zit, drie jaar oud, op schoot bij Jean Monnet, de man die samen met Robert Schuman de Europese Unie stichtte. Net voor of net na de foto zong Monnet een kinderliedje voor haar. Als enige op de foto lacht ze open en vrolijk, verwachtingsvol en zonder rancune. Was dit geen voldoende sterke basis voor geluk? Een week geleden heeft Guy, die sinds zijn overstap in 1999 van het Vlaams naar het Europees Parlement net als Schuman en Monnet beroepsmatig Europeaan is, al is hij iemand voor wie het woord ‘visionair’ niet echt geldt, bij haar thuis aangebeld, en sinds die dag heeft ze het huis niet meer verlaten. Hij stond in zijn neus te peuteren toen ze opendeed. Het nieuws over de verdwijning van Johan vertelde hij voor ze de kans kreeg hem iets (haar gemberthee) aan te bieden. ‘Hoe kan dat nu,’ riep ze, op dat moment nog eerder kwaad dan verdrietig, ‘dat er na Joris een tweede verdwijnt?’ Toen ze uiteindelijk een beetje gekalmeerd was, ging ze nog mee naar buiten met hem, ging zelfs in zijn auto op de lederen passagiersstoel met ingebouwde verwarming zitten, en luisterde naar het geruis van de motor. ‘Houd je sterk, Anitaatje, vergeet niet je pillen in te nemen, ik bel je nog eens op vanuit Straatsburg, we laten elkaar niet in de steek’, zei hij terwijl hij over zijn pens wreef en gebaarde dat ze moest uitstappen, want hij wilde vertrekken. Het was een prachtige machine, die Mercedes, dat zag ze best. Maar hoe kon Guy op dat moment, vroeg ze zich af, met die eeuwige lichtheid van hem, het Europees Parlement naar Straatsburg volgen voor de plenaire zitting? ‘Weet je wie ik onlangs in de supermarkt zag?’ vroeg ze. ‘Wie?’ ‘Vera.’ ‘Werkelijk?’ ‘Weet je het nog van Bert?’ ‘Bert? Dat is meer dan dertig jaar geleden, Anitaatje. Ik moet ervandoor.’ Nu hij verdwenen is, besluit ze de pijn niet langer te vergeten of te verzachten. Misschien is haar pijn, haar chronische besef van een mislukt leven, alles wat ze nog heeft. De eerste foto’s dan maar. Haar moeder Marthe werd in Antwerpen geboren en had Joodse wortels, ze was een naïeve verschijning met eigenzinnige ogen en grote, altijd smerige handen, die met haar luide stem soms kinderen schrik aanjaagde. In 1938, achttien jaar jong, trok ze naar Parijs, gedreven door grootse plannen. Ze was vastbesloten een ster te worden. Toen de stad minder overzichtelijk en moeilijker inneembaar bleek te zijn dan verwacht, ging ze klussen bij een oom die in Parijs kleermaker was. Ze had een aantrekkelijke neus, een gevaarlijke glimlach en een duidelijk beeld van waarheen ze wilde. Eind 1939 kreeg ze een bijrol in een komedie, maar even later zette de uittocht uit Parijs in, haar regisseur stierf onderweg aan hoge koorts. Zelf vluchtte ze niet, maar toen haar vergeten Joodse achtergrond vervelend dreigde te worden, verbrak ze alle contact met familie en vrienden, en ging onder een valse naam door het leven (dit avontuurlijke bestaan maakt Anita een beetje jaloers). Anita’s moeder was betrokken bij een aantal acties op de vluchtroute die van Parijs over de Pyreneeën naar Spanje liep. Drie keer ontsnapte ze naar eigen zeggen op het nippertje aan de dood, al hechtte niet iedereen geloof aan haar woorden. Later vertelde ze over die tijd alsof het een absoluut hoogtepunt was geweest. Toen ze het verzet beu was, zwierf ze uitgehongerd door Parijs, en speelde het klaar om een baantje als serveerster te vinden in een bar waar vooral veel Duitsers kwamen. Een van de cafégasten was een overdreven beleefde officier die als een pilaar naast haar toog stond, veel rookte en het gezicht had van een lafaard. Hij praatte met haar over Victor Hugo alsof hij het als een vanzelfsprekendheid beschouwde dat alle Franse meisjes – hij wist zelfs niet dat ze een Vlaamse was – kenners van de grote Franse schrijver waren. Aan het einde van iedere zin trilden zijn mondhoeken. Het was een vreemd beeld: een Duitse officier die over Victor Hugo doceerde. Toen Charles de Gaulle niet veel later met meer bombarie dan soldaten de hoofdstad introk, verdween hij. Maar in februari 1946 stond hij er weer, in onberispelijk maatpak. Hermann Beck zei ter begroeting haar naam. De volgende dag kwam hij terug, de dag erna opnieuw. Zijn mondhoeken trilden (volgens de beschrijving die Anita van haar moeder gekregen heeft) heviger dan tijdens de oorlog, alsof vrede hem nerveuzer maakte, en op een dag nodigde hij haar uit om met hem te dineren. Een tweede diner volgde, daarna film en theater. Een week later vroeg hij haar ten huwelijk, en tot haar eigen verbazing zei ze ja. Rond dezelfde periode werd Hermann politiek actief in de katholieke Europa-beweging. In 1948 reisde hij naar het congres van de eurofederalisten in Den Haag. Marthe ging mee. Daar moet het jonge stel – in ieder geval Hermann – in de warme pioniersfeer een thuis gevonden hebben. En een paar jaar later, toen op 10 augustus 1952 de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal werd ingehuldigd, trad Anita’s vader in de stad Luxemburg in dienst voor die Hoge Autoriteit (de latere Europese Commissie), en reisde Marthe met hem mee. Er waren zo’n honderdvijftig medewerkers uit de zes Europese landen, die allen met hun gezinnen in Luxemburg gingen wonen, en omdat er in die stad verder niet al te veel te beleven viel, hadden ze geen andere keuze dan vriendschapsbanden met elkaar aan te knopen. Achteraf leek het logisch dat in deze groep, waar iedereen elkaar kende en uiteenlopende talen naast en door elkaar werden gebruikt, een ex-nazi en een Joodse verzetsvrouw die elkaar in het bezette Parijs hadden ontmoet een bijzondere positie innamen, zeker met een dochtertje geboren op het precieze moment, in de vooravond van 9 mei 1950, waarop Robert Schuman in het Salon de l’Horloge met zijn wat te hoge stem de historische en profetische woorden had uitgesproken over een Europa dat zich in kleine maar concrete stappen moest verenigen. Een officiële borrel voor drie jaar Schuman-verklaring was op 9 mei 1953 afgelopen, in huize Beck in Luxemburg werd taart gegeten ter ere van Anita’s derde verjaardag. Jean Monnet zit centraal op de foto, Anita op zijn schoot. Een mooi verhaal. Een verhaal vol verwachtingen. Zeker een achtergrond van waaruit men een geslaagd leven zou kunnen opbouwen.   (p 9-12)   © Jeroen Theunissen, De omwegen, De Bezige Bij Antwerpen, 2013

Fragment

Andere (gerelateerde) nieuwsberichten

Don Quichot

De lente is in het land, en ik geniet van fluitende vogeltjes, quads, grasmaaiers in de verte, wielertoeristen en ruisende beekjes. Een veel te lange tijd heb ik door grote drukte niets geschreven. Vanaf vandaag begin ik met nieuwe moed opnieuw, en zal alweer trouw iedere twee à drie weken...Meer lezen

Don Quichot

Deze korte lezing over Don Quichot hield ik op dinsdag 28 februari 2012 op een door 'Het beschrijf' georganiseerde avond rond klassiekers, in Passa Porta. Wat maakt een boek klassiek, met welke bedoelingen en verwachtingen worden klassiekers nog gelezen? Andere sprekers waren Kristien...Meer lezen

Ernest

Ernest   Toen Ernest zijn echtgenote tijdens de afdaling hard in een grijze afgrond duwde, leek de gil die hij hoorde nog het meest op verdoofde pijn bij de tandarts. Twee uur later bereikte hij de bemande berghut waar ze die ochtend heel vroeg vertrokken waren. Onervaren en onvoorzichtig...Meer lezen